De faciliteiten voor groene beleggingen zijn voor 2025 en 2026 al belangrijk afgebouwd. Deze worden, voor zover bekend materieel per 2027 en formeel met ingang van 1 januari 2028 afgeschaft. Echter twee fiscale faciliteiten zijn blijven bestaan.
1. Extra vermogensvrijstelling
De eerste faciliteit betreft een extra vermogensvrijstelling in box 3. Deze vrijstelling, die in 2024 € nog 71 251 (resp. € 142 502 voor fiscale partners) bedroeg, bedraagt in 2025 € 26 312 (€ 52 624 voor fiscale partners) en in 2026 € 26 715 (€ 53 430 voor fiscale partners). Omdat afschaffing in 2027 voor de Belastingdienst niet uitvoerbaar was, geldt deze vrijstelling in 2027, naar verwachting, nog voor een symbolisch bedrag van € 200 (€ 400 voor fiscale partners).
2. Extra heffingskorting
Als tweede is er een extra heffingskorting ter grootte van in 2024 0,7% en in 2025, 2026 en 2027 van 0,1% van de waarde van de groene beleggingen die in box 3 onder de vrijstelling vallen.
Wat wordt verstaan onder groene beleggingen?
Met het oog op de uitvoerbaarheid en de controleerbaarheid is de vrijstelling voor groene beleggingen gekoppeld aan beleggingen in bij ministeriële regeling aangewezen fondsen van krediet- of beleggingsinstellingen (groenfondsen). Het doel en de feitelijke werkzaamheden van deze groenfondsen moeten hoofdzakelijk – d.w.z. voor ten minste 70% – bestaan uit het direct of indirect beleggen van vermogen in projecten of categorieën projecten die in het belang zijn van het milieu, waaronder ook natuur en bos worden begrepen. Dit kunnen zowel in Nederland en op Curaçao, St.-Maarten, Bonaire, St.-Eustatius, Saba of Aruba gelegen projecten zijn, als in ontwikkelingslanden gelegen projecten.
Door de Belastingdienst aangewezen groenfondsen kunnen hier worden geraadpleegd:
https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/overzicht_fonds_belegging_belastingvoordeel_ib2001z7pl.pdf